Wassen

Wassen: hoe je het doet, in zes stappen

de redactie van koopwasmachine.nl gecontroleerd 4 sep 2026 11 min lezen

Het korte antwoord

Sorteren op kleur, temperatuur en stofsoort. Dan het labeltje in de kraag lezen, graden en programma kiezen, doseren op je kraanwater, de trommel vullen tot een handbreedte onder de rand, en de was er meteen na afloop uithalen. Die zes momenten bepalen samen of je was schoon en heel uit de trommel komt.

Was gesorteerd op kleur voor een open wasmachine

De mand puilt uit. Bovenop ligt een handdoek, daaronder ligt van alles door elkaar. Je propt het erin, draait aan de knop en hoopt er het beste van, en meestal gaat dat prima. Tot er een keer een trui uit komt die je neefje van zes nog past.

Ik heb tien jaar achter de balie van een witgoedzaak gestaan, en die trui kwam met enige regelmaat langs. In een tasje, met de vraag of de machine stuk was. Dat was hij bijna nooit. Wassen is niet moeilijk, maar er zitten zes momenten in waarop het misgaat. Hieronder loop ik ze langs in de volgorde waarin je ze tegenkomt: sorteren, het labeltje lezen, graden en programma kiezen, wasmiddel doseren, de trommel vullen, en tot slot drogen en de machine zelf schoonhouden. Per stap staat hier het korte antwoord, met een link naar de pagina waar het helemaal uitgewerkt staat.

Sorteren: drie stapels zijn genoeg

Je sorteert op drie dingen tegelijk, en dat klinkt ingewikkelder dan het is. Kleur, omdat donkere en gekleurde stoffen de eerste keren verf loslaten in het water. Temperatuur, omdat de laagste graden op de hele lading bepalen wat je mag draaien. En stofsoort, omdat een spijkerbroek een fijn hemdje net zo hard schuurt als schuurpapier.

In de praktijk komt het neer op drie manden: wit en lichtgekleurd, donker en gekleurd, en fijne was die apart moet. Handdoeken en beddengoed vormen bij veel mensen een vierde stapel, simpelweg omdat ze op een hogere temperatuur mogen en samen precies een volle trommel zijn. Nieuwe kleding gaat de eerste keer alleen of bij gelijke kleuren, want juist dan geeft de verf af; dat staat verder uitgelegd bij nieuwe kleding eerst wassen. Ritsen dicht, knopen los, zakken leeg. Vaker dan door slijtage zag ik een trommel stuk gaan aan een muntje dat nog in een broekzak zat. Wat wel en niet samen mag, staat per combinatie bij was sorteren.

Vlekken horen er vóór het sorteren uit, niet erna. Een wasbeurt zet een vlek namelijk vast: wat de machine niet weghaalt, bakt de warmte erin. Bloed spoel je koud uit, vet krijg je alleen weg met een druppel afwasmiddel vooraf, en rode wijn wil je niet met warm water te lijf. De regel per soort vlek staat bij vlekken verwijderen.

Het labeltje in de kraag beslist

In de kraag of de zijnaad zit een lapje met een stuk of vijf tekentjes. Dat is geen advies van de fabrikant, dat is de bovengrens waarop hij het kledingstuk heeft getest. Het tobbetje met een getal erin zegt hoe heet het maximaal mag, en de streep eronder betekent: draai wat rustiger, minder toeren. Een tobbetje met een hand erin is handwas, of het handwasprogramma van je machine. Een doorgekruist tobbetje mag helemaal niet in de machine.

De rest van de tekens gaat over wat erna komt. De driehoek zegt of je mag bleken, het strijkijzer met puntjes hoe heet je strijkijzer mag, de open cirkel is er voor de stomerij, en het vierkant met de cirkel erin zegt of het ding de droger in mag. Alle tekens staan met plaatje en betekenis bij wassymbolen, en de droogtekens apart bij droogsymbolen.

En dan de klant die het labeltje er altijd afknipte omdat het kriebelde in haar nek. Die had elke keer weer geen idee wat ze met een trui aan moest. Zit er geen label meer in, ga dan af op de stof: katoen en linnen kunnen veel hebben, wol en zijde willen koud en rustig, en alles wat rekt of glimt behandel je als fijne was.

Op hoeveel graden, en welk programma

Dertig graden is bijna altijd genoeg. Wasmiddel van nu doet zijn werk al ver onder de veertig, en de meeste was is niet vies maar gedragen. Zestig graden hou je voor drie dingen: beddengoed, handdoeken, en de was van iemand die ziek is geweest. Daar gaat het om huisstofmijt en bacteriën, en die overleven een lauwe wasbeurt gewoon. Negentig graden heb je thuis eigenlijk nooit nodig. Welke was welke temperatuur vraagt, staat compleet bij op hoeveel graden wassen.

Dan het programma. Op elk paneel staan er twintig en je gebruikt er vijf. Het eco-programma is er daar één van, en het is meteen het meest misbegrepen knopje van je machine. Eco wast langer op een lagere temperatuur, en gebruikt daardoor 25% minder stroom dan het gewone katoenprogramma op diezelfde temperatuur. Mensen belden mij dat hun nieuwe machine niets deed. Hij stond stil, of hij draaide één keer per minuut een halve slag. Dan vroeg ik of hij op eco stond, en dat was zo. Hij deed het dus wel; hij deed het alleen op zijn gemak. Alle programma’s op een rij, ook hoe ze bij Bosch, Miele en Samsung heten, staan bij wasmachineprogramma’s.

Wat je wastGradenProgrammaToeren
Gewone gemengde was30eco of katoen1200
Donkere kleding en jeans30donkere was, binnenstebuiten800 tot 1000
Handdoeken60katoen1200 tot 1400
Beddengoed60katoen of beddengoed1200
Wol en zijde30wol of handwas400 tot 600
Sportkleding30synthetisch of sport800

Wijkt het labeltje af van deze tabel, dan wint het labeltje. Voor de gevallen waar mensen echt over twijfelen zijn er aparte pagina’s: wol wassen zonder krimp, handdoeken wassen en beddengoed wassen. Wil je het niet opzoeken maar gewoon ingevuld krijgen, dan zegt de programmakiezer je per kledingstuk welke stand, hoeveel graden en hoeveel toeren.

Wasmiddel: bijna iedereen doet er te veel in

Deze fout kwam ik het meest tegen, en meestal met de beste bedoelingen. Vies wasje, dan maar een flinke scheut extra. Zo werkt het niet. Wasmiddel dat niet oplost, spoelt niet weg. Het blijft in de vezels zitten als witte strepen en in de lade als een grijze drab, en op den duur ruikt je machine ernaar. Te weinig doseren is trouwens net zo goed een probleem: dat is samen met te koud wassen en hard water de reden dat witte was langzaam grauw wordt, zoals uitgelegd bij grijze was.

De juiste hoeveelheid hangt van drie dingen af: hoe hard je kraanwater is, hoe vol de trommel zit en hoe vies de was is. Hard water bindt een deel van het wasmiddel, dus in Zuid-Limburg heb je meer nodig dan in Groningen. Wat er bij jou uit de kraan komt, staat bij waterhardheid per gemeente, en de doseertabel bij wasmiddel doseren.

Poeder of vloeibaar, dat is de andere vraag. Poeder bevat bleek en krijgt wit witter en beddengoed hygiënisch schoon, maar het lost slecht op onder de dertig graden. Vloeibaar is beter voor kleur en voor lage temperaturen, alleen laat het meer achter in de machine. Ik draai zelf vloeibaar voor de gewone was en poeder voor het beddengoed, en dat voelt niet als schipperen maar als voor elke stapel het juiste pakken. Pods zijn handig en je kunt er niets aan verkeerd doseren, wat meteen het nadeel is bij een halve trommel. De vergelijking staat bij wasmiddel kiezen. Wasverzachter hoort in geen van deze verhalen thuis en op handdoeken en sportkleding richt hij schade aan; waarom, staat bij wasverzachter.

Hoe vol mag de trommel, en hoeveel toeren

Vol is voller dan de meeste mensen denken. De vuistregel is dat je hand er bovenop nog net bij kan, met een handbreedte ruimte tot de bovenkant van de trommel. Zit hij voller, dan kan de was niet meer rondvallen en wordt hij niet schoon. Zit hij halfvol, dan betaal je bijna hetzelfde voor een half wasje. Voor een huishouden van drie of vier personen komt dat neer op 7 tot 8 kilo droge was per beurt.

Dat maakt uit, want een beurt is niet gratis. Een machine van 8 kilo met label A verbruikt zo’n € 0,25 aan stroom en water per wasje, en over de 190 beurten die een huishouden gemiddeld per jaar draait is dat € 48. Ongeveer 5% van de stroom die er in huis doorheen gaat, komt van de wasmachine. Aan water gebruikt hij per beurt zo’n 49 liter, vijf emmers vol. Het CBS meet 0,35 wasbeurt per persoon per dag, dus een gezin van vier zit op 9,8 wasjes per week. Draai je die halfvol, dan gooi je een paar tientjes per jaar door de afvoer. peildatum 3 september 2026

Blijft over: de toeren. Het toerental bepaalt hoeveel water er na afloop nog in je was zit, en dat heet restvocht. Bij de zuinigste centrifugeklasse blijft er 45% van het droge gewicht aan water achter, bij klasse C is dat 63%. Op een lading van 7 kilo scheelt dat 3,2 tegen 4,4 liter water die daarna alsnog je huis in moet verdampen. Hoger centrifugeren scheelt dus droogtijd, maar het kreukt harder en het is niet best voor wol, zijde en alles met elastiek. Voor de gewone was is 1200 een prima middenweg. Hoe vaak je überhaupt moet wassen, en dus hoe snel die mand vol is, staat bij hoe vaak wassen.

Drogen, en daarna de machine zelf

Haal de was er meteen uit. Een uur natte was in een dichte trommel is genoeg voor die muffe lucht die er met een tweede wasbeurt niet uit gaat. Uithangen doe je met de naad naar beneden en de schouders recht, dan scheelt het je straks strijkwerk. Binnen drogen kan prima, maar een volle waslijn geeft liters vocht af aan je kamer, dus zet een raam open; dat en de rest staat bij was drogen zonder droger. De droger is alleen een optie als het vierkant met de cirkel op het labeltje het toestaat.

En dan het apparaat waar iedereen overheen kijkt. Een wasmachine wast zichzelf niet, en juist door dat verstandige koude wassen blijven vet en zeepresten achter in de trommel en de leidingen. Daar gaat het na een jaar of twee naar ruiken. Vier dingen houden dat tegen:

  • Laat de deur en de wasmiddellade op een kier staan als de machine leeg is.
  • Veeg de rubberen rand van de deur af en haal het haar en het vuil uit de plooi.
  • Maak het pompfilter onderin een paar keer per jaar leeg, boven een bak.
  • Draai eens per maand een lege was op 60 graden of hoger, met poeder.

Doe je dit, dan gaat je machine jaren mee zonder gedoe. Sla je het over, dan begint het met een geurtje en eindigt het met een monteur. De hele ronde staat stap voor stap bij wasmachine schoonmaken, en als het al zover is dat je was uit de machine komt met een lucht eraan, begin dan bij was stinkt na het wassen.

Eerlijk over de nadelen

  • Koud wassen heeft een keerzijde: vet, zweet en huidschilfers blijven in de machine achter en gaan ruiken. Die hete was per maand is dan geen extraatje maar de prijs die je voor het koud wassen betaalt.
  • Eco levert weinig geld op. Bij 190 beurten per jaar scheelt het € 5,72, oftewel het bedrag van twee koppen koffie. Je draait het voor je kleding en je machine, niet voor je energierekening.
  • Een eco-beurt duurt makkelijk drie uur. Heb je één machine, kleine kinderen en een wasmand die elke dag vol is, dan loopt je wasdag daarop stuk en is het gewone programma verstandiger.
  • Zuinig doseren gaat mis in een gebied met hard water. Op de aanbevolen hoeveelheid van de verpakking bezuinigen betekent daar grauwe was en kalk in je machine, en dat is duurder dan het wasmiddel.

Dat is de hele wasdag: sorteren, labeltje lezen, graden en programma kiezen, doseren, vullen, drogen en de machine schoonhouden. Zes momenten, waarvan er vier op de eerste vijf minuten vallen. Twijfel je bij één kledingstuk, dan haalt de programmakiezer je er in drie klikken doorheen, en het overzicht met alle wassymbolen mag je uitprinten en aan de binnenkant van de kastdeur plakken. Dan hoef je het nooit meer uit je hoofd te weten.