Kosten in gebruik & energielabel
Wat kost een wasmachine je in tien jaar?
Het korte antwoord
Bijna al je geld gaat naar de aanschaf, niet naar de stroom. Een machine van € 339 die 10 jaar meegaat en een middenklasser die er 12 haalt, kosten je per gebruiksjaar bijna hetzelfde. Kijk dus naar het bedrag per jaar dat je hem gebruikt, niet naar het prijskaartje of de letter.

Op deze pagina
In de winkel hangen twee kaartjes naast elkaar: € 339 en € 900. Je kijkt van het ene naar het andere en denkt aan wat je voor dat verschil nog meer kunt doen. Dan zegt de verkoper dat de duurste zichzelf terugverdient. Klopt dat eigenlijk?
Die zin heb ik in de winkel bijna dagelijks horen vallen. Meestal klopte het niet, soms wel, en het hing altijd af van dezelfde drie dingen: wat de machine per wasbeurt verstookt, hoe lang hij het volhoudt, en wat er gebeurt als hij stukgaat. Hieronder tel ik die drie bij de aanschafprijs op. Aan het eind weet je welk kaartje in jouw geval het goedkoopste is, en dat is vaker het middelste dan je denkt.
Wat er na het afrekenen nog bij komt
Een wasmachine kost je op drie momenten geld. Eén keer bij de kassa, daarna elke keer dat je op start drukt, en soms nog een keer als er een monteur voor de deur staat. Dat eerste bedrag zie je, de andere twee niet. Dus maken we ze eerst tastbaar.
Elke beurt gaan er twee dingen doorheen. Een machine van 8 kilo met label A gebruikt volgens de Europese regels hoogstens 0,47 kilowattuur per wasbeurt, en kilowattuur is de eenheid waarin stroom op je jaarafrekening staat. Daar komt 48 liter water bij. Tegen € 0,26 per kilowattuur en € 2,71 per kuub kost zo’n wasje € 0,25, ongeveer een kwartje. Bij de 190 wasbeurten die een huishouden gemiddeld per jaar draait is dat € 48 per jaar. Diezelfde machine met label C komt op € 55. Waar dat verbruik precies in gaat zitten staat bij wat een wasmachine verbruikt. peildatum 3 september 2026
Dan wasmiddel, want dat vergeet iedereen. Een dosis kost tussen € 0,14 en € 0,19, dus reken op € 31 per jaar en € 314 in tien jaar. Dat is een fors bedrag naast een machine van € 339. Alleen betaal je het bij elke wasmachine, dus voor de keuze in de winkel maakt het niets uit. Voor wat één wasje je werkelijk kost telt het wel mee, en die som staat bij wat kost een wasbeurt.
Drie machines naast elkaar, tien jaar lang
Nu de vergelijking waar het om gaat. Ik zet er drie neer die je in elke winkel tegenkomt: de goedkoopste in het schap met label C, een middenklasser met label A, en een dure machine die volgens de fabrikant veertig procent onder de A-grens blijft, in de folder aangeduid als A-40 procent. Bij de laatste twee reken ik met de levensduur die daar in de praktijk bij hoort.
| Machine | Aanschaf | Stroom en water per jaar | Tien jaar totaal | Gaat mee | Per jaar dat hij meegaat |
|---|---|---|---|---|---|
| De goedkoopste, label C | € 339 | € 55 | € 893 | 10 jaar | € 89 |
| Het middensegment, label A | € 500 | € 48 | € 976 | 12 jaar | € 89 |
| De duurste klasse, A-40 procent | € 900 | € 38 | € 1.284 | 16 jaar | € 95 |
Kijk je alleen naar de kolom van tien jaar, dan wint de goedkoopste met € 83 van de middenklasser. Dat is de rekensom die de meeste mensen in de winkel maken, en op zich klopt hij. Het zuinige label haalt het prijsverschil er in tien jaar niet uit, want daarvoor scheelt € 8 per jaar simpelweg te weinig.
De laatste kolom vertelt een ander verhaal. De goedkoopste machine gaat volgens de metingen van de Consumentenbond zo’n 10 jaar mee, de middenklasser 12. Deel je alles wat je uitgeeft door het aantal jaren dat je hem hebt, dan komen die twee op de euro gelijk uit: € 89 tegen € 89 per jaar. Dat is nog geen € 7,44 per maand. En de dure machine kost je per jaar € 95, ondanks die extra jaren en dat lage verbruik.
Dat is de eerlijke uitkomst, en hij is minder spannend dan folders doen geloven. Over de hele periode dat je hem gebruikt kosten deze drie machines je ongeveer hetzelfde. Het verschil zit dus niet in het bedrag, maar in wanneer je het betaalt en wat je er ondertussen voor terugkrijgt.
Waarom goedkoop duur kan uitpakken
Er zit één ding niet in die tabel, en dat is precies waar het bij goedkope machines misgaat. Een reparatie. Een monteur laten komen kost al € 69 voor hij zijn tas openmaakt, en het duurste dat kan sneuvelen zijn de lagers van de trommel. Dat karwei kost € 150 tot € 399, meestal rond de € 250.
Zet dat naast een machine van € 339. Je bent dan 74 procent van de nieuwprijs kwijt aan één onderdeel. Niemand doet dat, en dat blijkt ook: de helft van de mensen met een kapot apparaat koopt gewoon een nieuwe, en drie op de vier van hen noemen de ouderdom van het apparaat als reden. Ik heb het aan de balie honderden keren zien gebeuren. Iemand kwam binnen met een machine van zes jaar oud, hoorde het bedrag en liep een halfuur later met een nieuwe de deur uit. Dat is het moment waarop die goedkope machine ineens niet meer goedkoop is.
Wat mensen ervoor over hebben ligt trouwens verrassend laag. Gemiddeld vindt een Nederlander tussen € 155 en € 182 nog acceptabel voor een reparatie, en daarboven kiest hij voor nieuw. De ACM zegt er iets tegenover: bij een machine van € 400 mag je redelijkerwijs 8 jaar gebruik verwachten, ook als de fabrieksgarantie allang voorbij is. Dat recht is meer waard dan de meeste mensen weten en staat bij wasmachine kapot; of repareren in jouw geval loont lees je bij hoe lang een wasmachine meegaat.
En waarom duur soms juist goedkoop is
Nu de andere kant. De duurste machines gaan langer mee, en dat is geen verkooppraatje maar een gemeten verschil. Waar alle merken samen op 12 jaar uitkomen, haalt Miele er 16. Dat scheelt 4 tot 6 jaar, en de fabrikant durft er 25 jaar garantie op de motor tegenaan te gooien. Wie een gezin heeft en elke dag wast, krijgt daar echt iets voor.
Maar reken even door voor je hem meeneemt. In de tabel hierboven kost die machine je € 95 per jaar, tegen € 89 voor de middenklasser. De extra jaren maken de meerprijs bijna goed, maar niet helemaal. En je krijgt ze alleen als je ze ook meemaakt. Verhuis je over vijf jaar naar een huis waar de machine niet past, of draai je twee wasjes per week, dan betaal je vandaag voor jaren die je nooit gebruikt. Dat is mijn mening na tien jaar winkelvloer: de duurste klasse is een prima koop voor wie veel wast en blijft zitten, en weggegooid geld voor iedereen die dat niet doet. De hele afweging staat bij is Miele de meerprijs waard en breder bij is een dure wasmachine beter.
Het label speelt daar een kleinere rol in dan de sticker suggereert. Tussen A en C zit € 8 per jaar, dus € 78 in tien jaar. Kost de zuinige machine meer dan dat bedrag extra, dan is de rekensom klaar. Wat er verder allemaal op die sticker staat lees je bij het energielabel uitgelegd, en de kale vergelijking tussen twee letters bij energielabel A of B.
De som die je in de winkel maakt
Je hoeft dit niet uit je hoofd te doen, en dat is maar goed ook, want met twee kaartjes in je hand en een verkoper naast je is niemand daar goed in. Zet de twee machines waar je tussen twijfelt naast elkaar in de totale-kostenrekenaar. Je vult van allebei de prijs en het verbruik in, en je ziet binnen een halve minuut welke van de twee over tien jaar het goedkoopst is. Twijfel je in plaats daarvan of je je oude machine moet vervangen, dan is de terugverdientijdrekenaar de juiste, met de uitleg erbij op wat een nieuwe machine je bespaart.
Eén vraag stel ik altijd eerst, en die kost niets. Hoeveel was draai je per week? Ligt dat rond de twee wasjes, dan wint de goedkoopste rij bijna altijd, hoe zuinig de rest ook is. Draait de trommel elke dag, dan verdient het middensegment zich terug op de jaren en niet op de stroom. Wat je in elke prijsklasse krijgt en wat je mist staat bij wat kost een wasmachine.
Eerlijk over de nadelen
- De grootste post in deze som is de aanschafprijs, niet het verbruik. Wie op het energielabel meer dan € 78 bijbetaalt, haalt dat er in tien jaar niet uit.
- De levensduurcijfers zijn gemiddelden over duizenden machines. Jouw exemplaar kan na vier jaar zijn lagers verliezen, en dan klopt geen enkele rekensom op deze pagina meer.
- Een reparatie van € 250 op een machine van € 339 laat bijna niemand doen. Reken bij de goedkoopste klasse dus niet op tien jaar, maar op de jaren tot het eerste grote defect.
- Via onze links verdienen we aan aankopen, en toch komt de goedkoopste machine er hier het beste uit voor wie weinig wast. Aan dat advies verdienen we het minst.
Kijk niet naar het prijskaartje en niet naar de letter, maar naar het bedrag per jaar dat je hem gebruikt. Bij deze drie machines is dat € 89, € 89 en € 95. Zo dicht bij elkaar dat je de machine mag kiezen die het prettigst wast, het minst herrie maakt en het beste in je bijkeuken past. Dat scheelt je meer plezier dan de paar tientjes waar deze hele pagina over gaat.